Zaken geëindigd zonder straf of maatregel? Mail de redactie!

APK-keurmeester vrijgesproken voor fraude

Feiten:  

Een 55-jarige keurmeester,  werkzaam bij een grote vrachtwagendealer in het zuiden van het land werd verdacht van valsheid in geschrifte. De politie was deze kwestie op het spoor gekomen omdat zij de transportondernemer wiens auto gekeurd diende te worden, reeds maandenlang tapten in verband met een ander onderzoek. Op een gegeven moment komt er een telefoongesprek tussen de keurmeester en de transportondernemer over de tap waarbij door de keurmeester tegen deze (jarenlange) relatie gekscherend wordt opgemerkt: “Zoek toch eens een echte garage”.  De meeluisterende rechercheurs interpreteerden deze lachende opmerking echter als uiterst serieus. De keurmeester maakt in ditzelfde gesprek nog een hilarisch bedoelde opmerking namelijk dat: “deze auto niet door de keuring komt maar ik heb hem toch  maar afgemeld met een kloppend hart”. Het rechercheteam dat op de zaak tegen de transportondernemer zat, ondernam  actie en hield het (inmiddels goedgekeurde) voertuig (pas!) twee weken later staande. Er werd geconstateerd dat de remmen van de vrachtauto niet in orde zouden zijn. De politie volstond met de opmerking in het dossier: “dat een dergelijke afwijking normaal gesproken niet ontstaat in een tijd van een a twee maanden, bij normaal gebruik”. Het feit waarvoor de keurmeester gedagvaard werd bij de Meervoudige Kamer was: “dat hij zou tezamen en in vereniging met anderen een keuringsrapport- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- valselijk hebben opgemaakt of vervalst, immers hebben zij, verdachte, en/of zijn mededaders in strijd met de waarheid op dat geschrift vermeld dat het resultaat van de keuring was: goedgekeurd, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te laten gebruiken”. Het betreffende voertuig bleek in de optiek van de Officier van Justitie dusdanige gebreken te vertonen dat het niet goedgekeurd had mogen worden.  De forse eis voor deze client zonder enige documentatie was dat hij ten eerste geschrapt moest worden uit het register van keurmeesters (hetgeen impliceert dat zijn werkzaamheden niet meer mocht uitoefenen), 150 uren werkstraf en twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De verdediging heeft er op aan gedrongen dat de bewuste telefoongesprekken op zitting werden afgespeeld en uit de teneur van de gesprekken bleek dat het de gewraakte opmerkingen inderdaad grappig en gekscherend bedoeld waren. Daarnaast heeft de verdediging gesteld dat de enkele opmerking van rechercheurs, van wie niet vaststaat dat zij kunnen beschikken over relevante technische kennis, onvoldoende is om te komen tot de verregaande conclusie dat het voertuig nooit goedgekeurd mogen worden. Daarbij speelde dat de remkracht van het bewuste voertuig gemeten was in beladen toestand, hetgeen een vertekend beeld geeft van o.a. de asbelasting op de wielen. Er had geen degelijk technisch onderzoek plaatsgevonden en in de optiek van de verdediging was de enkele constatering van de rechercheurs onvoldoende om te dienen als bewijs. Qua overtuiging  is de verdediging nog ingegaan op de persoon van de verdachte die reeds vijftien jaren als keurmeester werkte en gemiddeld drie APK’s per week uitvoerde voor het gerenommeerde garagebedrijf. Uit steekproeven van de RDW (Rijksdienst voor het Wegvervoer) bleek dat hij al die jaren terecht voertuigen goed- dan wel afkeurde. De insinuatie van de Officier van Justitie dat deze keurmeester in ruil voor het goedkeuren van ‘slechte’ voertuigen geld zou hebben ontvangen, leek dan ook volledig uit de lucht gegrepen. 

Beslissing Meervoudige Kamer:

Anders dan de Officier van Justitie, acht de rechtbank het telastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. 

De rechtbank is van oordeel dat het technisch onderzoek dat de politie op 6 september 2005 aan het voertuig met het kenteken XX-XX-00 heeft verricht onvoldoende is om het telastegelegde feit bewezen te verklaren, aangezien – mede gelet op de beladen toestand- uit dit rapport niet kan worden geconcludeerd dat het remsysteem van het voornoemde voertuig ten tijde van het opmaken van het keuringsrapport door verdachte als APK-keurmeester op 26 augustus 2005 niet voldeed aan de wettelijke eisen. Alhoewel de telefoongesprekken die verdachte met de medeverdachte X voorafgaand aan de APK-keuring op 26 augustus 2005 blijk geven van opvallende en informele verkondigingen met betrekking tot de APK-keuring van genoemd voertuig, leiden deze zonder aanvullend (technisch) bewijs niet tot de conclusie dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrifte”. 

De advocate: Mr. E.P. Vroegh

Geen straf voor frauderende ex-topman Ballast-Nedam

Eis officier van justitie:


De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.

Feiten:

Verdachte heeft verklaard dat de deal tussen Eurobuildings 2002 S.L. en zijn persoonlijke vennootschap De Fraberg B.V. op een latere datum dan 18
januari 1999 geëffectureerd zou worden in verband met loyaliteitsproblemen die hij had met Ballast Nedam. Voorts heeft verdachte verklaard dat de overeenkomst weliswaar is gesloten op 18 januari 1999 doch dat deze later op schrift is gesteld en ondertekend.
Daarmee geeft verdachte volgens de rechtbank de valsheid van de datum van ondertekening van het contract toe.
De rechtbank komt zodoende tot een bewezenverklaring van feit 4 onder primair voor wat betreft de foutieve datering van de overeenkomst, en acht de feiten 1 t/m 3 niet wettig en overtuigend bewezen.

Oordeel rechtbank:

Alleen al vanwege het feit dat de rechtbank slechts één maal valsheid in geschrift bewezen heeft verklaard, zal zij de eis van de officier van justitie niet volgen.
De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op het lange tijdsverloop tussen de doorzoeking van de woning van verdachte in september 2005 en de start van de behandeling van de strafzaak in november 2007, die door het bijzondere karakter van de strafzaak voor de verdachte meer dan gemiddeld belastend is geweest. In het bijzonder hebben daarbij de media-aandacht, de maatschappelijke gevolgen voor verdachte alsook de beslagen die door de ex-werkgever op zijn vermogen zijn gelegd een rol gespeeld.
Verdachte heeft een blanco strafblad; hij is gepensioneerd directeur in de bouwsector. Recidivegevaar acht de rechtbank niet aanwezig zodat een voorwaardelijke straf achterwege kan blijven. Alles overziende acht de rechtbank schuldigverklaring zonder oplegging van straf aangewezen.

Vrijspraak voor witwassen Air Holland.

Feiten: 

Ten laste zijn gelegd heling en witwassen van zeer grote contante geldbedragen in de periode van maart 2001 tot en met april 2002.
Het hof onderzoekt allereerst de vraag of wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat de tenlastegelegde geldbedragen, zoals de wet voorschrijft en in de tenlastelegging is opgenomen, door misdrijf verkregen respectievelijk van misdrijf afkomstig waren.
De rechtbank heeft overwogen dat de door de verdachte aangegeven legale herkomst van de geldbedragen onvoldoende is onderbouwd.
Vervolgens is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat het -gelet op een aantal in het vonnis opgesomde feiten en omstandigheden- niet anders kan zijn dan dat de geldbedragen een criminele herkomst hebben.

Oordeel Gerechtshof: 

Het hof is van oordeel -anders dan de rechtbank- dat bij gebreke aan direct bewijs voor het van enig misdrijf afkomstig zijn van het geld en gezien de duidelijke en verifieerbare stelling van de verdachte ten aanzien van de herkomst van het geld, het op de weg van het openbaar ministerie had gelegen om te onderzoeken of [investeerder] belangen heeft gehad in cambio-ondernemingen, welke herkomst naar het oordeel van het hof een alternatief kan zijn. Dergelijk onderzoek is niet verricht, althans het hof heeft daarvan geen resultaten in het dossier aangetroffen. De advocaat-generaal heeft nog op basis van een onderzoek van de Consumentenbond naar de cambio-ondernemingen een berekening uitgevoerd die hem leidt tot de conclusie dat het geld -gelet op de omvang van het niet bancaire geldcircuit- niet daaruit afkomstig kan zijn, welke berekening overigens door de verdediging is bestreden. Evenwel kan naar het oordeel van het hof niet worden uitgesloten dat de in het geding zijnde geldbedragen, die zouden zijn verkregen in een periode van zeven jaren, wel afkomstig zijn uit de winst van cambio’s danwel uit de opbrengst van de verkoop van belangen in cambio-ondernemingen.

Nu aldus niet met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de gelden een legale herkomst hebben en een criminele herkomst niet als enige aanvaardbare verklaring van de waargenomen feiten en omstandigheden kan gelden, is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2, 3, 4 en 5 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Vrijspraak voor lekkende politieagenten.

Feiten:
Het dossier bevat een aantal feiten en omstandigheden die in samenhang met elkaar voldoende aanleiding hebben gegeven tot de verdenking dat verdachte en zijn medeverdachten betrokken zijn geweest bij schending van hun ambtsgeheim in de vorm van lekken van politie-informatie.
Zo is het allereerst opmerkelijk dat verdachte contacten is blijven onderhouden met een voormalig collega die midden jaren negentig betrokken is geweest bij een poging om hem te corrumperen. Verder is de wijze waarop door tussenkomst van zijn broer, verdachte afspraken maakte met medeverdachte duidelijk gericht geweest op het voorkomen van vaststellen van deze contacten voor het geval de telefoon van zou worden getapt. De uitleg voor deze gang van zaken is allesbehalve overtuigend te noemen.
Het dossier bevat bovendien een aantal momenten waarop verdachte vrijwel onmiddellijk of korte tijd nadat hij op de hoogte is geraakt van vertrouwelijke politie-informatie via direct contact dan wel door tussenkomst van zijn broer telefonisch contact zoekt met een medeverdachte die op zijn beurt kort nadat hij heeft gesproken met medeverdachte X. contact opneemt met een persoon die in de media wordt genoemd als handlanger en advocaat.
Deze feiten en omstandigheden geven zonder meer te denken, doch zijn zonder aanvullend bewijs onvoldoende om te komen tot een bewezenverklaring van hetgeen is telastegelegd.
Oordeel rechtbank:
De rechtbank heeft geoordeeld dat alle tapgesprekken en opnames vertrouwelijke communicatie tussen genoemde medeverdachte X.  en advocaat, ook die waarvoor door de rechter-commissaris een machtiging tot voeging aan de processtukken is verleend, van het bewijs dienen te worden uitgesloten .
De rechtbank heeft eveneens geoordeeld dat het gebruikte middel  onrechtmatig is geweest en dat de resultaten ervan van het bewijs dienen te worden uitgesloten.
De rechtbank heeft voorts de verhoren van de medeverdachte afgelegd tussen 16 en 20 januari 2006 van het bewijs uitgesloten, nu ten onrechte het vrije verkeer met de door hem gekozen raadsman is ontzegd.

Het OM eist een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar.

Uitspraak rechtbank:
Vrijspraak.
 

Vrijspraak voor frauderende gemeente directeur.

Eis officier van justitie:

Dat verdachte wordt veroordeeld tot 150 uur werkstraf subsidiair 75 dagen hechtenis en tot gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Feiten:

De zaak tegen verdachte en zijn medeverdachten begon  na de aangifte door de gemeentesecretaris  van de gemeente Y. op 6 april 2005.  Op grond van enkele schriftelijke stukken zoals emails, was bij hem het vermoeden ontstaan dat verdachte fraudeerde.De verdachte was directeur Sociale Zaken en Arbeidsmarktbeleid, bij gemeente Y. en tevens adviseur van het bedrijf  Employment BV.Het vermoeden was dat de directeur zichzelf bevoordeelde  met het vergeven van opdrachten ter uitvoering van diverse trainingen en omscholingsprojecten ten behoeve van personeel van de gemeente.Naar aanleiding van deze aangifte heeft de politie in juni 2006 verdachte gehoord en de directeur van genoemde BV als medeverdachte gehoord. Andere onderzoekshandelingen zijn niet verricht. De verklaringen van verdachte en zijn medeverdachte zijn samen met de aangifte en de genoemde bijlagen in augustus 2006 doorgestuurd naar het openbaar ministerie.
Meer dan een jaar later heeft het OM verdachte en zijn mededader gedagvaard.

Op grond van de stukken in het dossier is het niet onbegrijpelijk dat vermoedens zijn ontstaan, dat verdachte steekpenningen zou hebben aangenomen.
Op geen enkele wijze is echter door de politie of door het openbaar ministerie verder onderzoek gedaan naar de vraag of opdrachten ter uitvoering van trainingen en omscholingsprojecten van de gemeente inderdaad aan het bedrijf in kwestie zijn verstrekt.

De rechtbank overweegt zelfs:


  Maar ook overigens is het onderzoek niet diepgaand geweest.”


  Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard, dat hij geen steekpenningen heeft aangenomen maar vergoedingen heeft afgesproken voor een adviseurschap bij de BV. Dit adviseurschap zou voortvloeien uit de kennis die hij heeft op het gebied van reïntegratie van mensen in de arbeidsmarkt. Gesproken zou zijn over de mogelijkheid om de constructie, welke in een eerder project binnen de gemeente was gebruikt, als concept te ontwikkelen en door de BV in de markt te laten zetten.Met andere woorden: het adviseurschap had niets van doen met zijn positie in de gemeente .

Oordeel rechtbank: De rechtbank is met de officier van oordeel, dat er geen bewijs is voor handelen van verdachte in strijd met zijn ambtsplicht. Naar het oordeel van de rechtbank is er evenwel ook geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte gelden heeft ontvangen van de BV en vervolgens namens de gemeente  een of meerdere opdrachten aan de BV heeft verstrekt, zoals hem verweten.

Vrijspraak.