Zaken geëindigd zonder straf of maatregel? Mail de redactie!

Vrijspraak in Klimwand-zaak

Feiten:  

Op 1 april 2006 valt een gebruikster van de klimwand van de stichting van grote hoogte naar beneden en raakt daarbij zwaar gewond. Zowel de aanwezige kliminstructeur als de directeur van de stichting worden gedagvaard wegens het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Zij zouden het meisje hebben laten klimmen met een oude en/of ondeugdelijke (klim) gordel, te weten; 

-  een klimgordel waarvan de gesp geen goede en degelijke combinatie maakt met de band die is gebruikt om de gordel te maken en/of

-  een klimgordel waarvan de stiksels waarmee de klimgordel in elkaar is gezet niet gelijk zijn aan en gebruikte worden bij professioneel gefabriceerde klimgordel en/of

-  een klimgordel waarvan het aanbindpunt zich niet bevindt boven het lichaamzwaartepunt en/of

-  een klimgordel die geen keurmerk draagt dat de klimgordel voldoet aan de Europese Norm (keurmerk EN 12277) en/of

een klimgordel waarvan de middenbalk van de gesp is verbogen.  

Standpunt OM:  

Cliënt wordt verweten dat hij in zijn hoedanigheid van directeur van een stichting zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht aan een gebruikster van de klimwand van de stichting.    

Beslissing Meervoudige Kamer: 

Op 16 juni 2008 is bij de rechter-commissaris getuige-deskundige [getuige-deskundige], beleidsmedewerker veiligheid, verhoord. Zij verklaart hierbij -verkort en zakelijk weergegeven- dat het stikwerk van de door de zeilmakerij gefabriceerde gordel op een professionele wijze is aangepakt en derhalve een sterke verbinding vormt. De gordel/gesp combinatie van de klimgordel beoordeelt zij als deugdelijk, evenals de kwaliteit van het materiaal van de banden. Tevens verklaart zij dat het aanbindpunt van dit soort klimgordel altijd onder het lichaamszwaartepunt zit, en dat het ontbreken van een keurmerk niet tot de conclusie leidt dat er niet voldaan is aan de EN 12277 norm. Hoewel de middenbalk van de gesp inderdaad is verbogen, zorgt dit niet voor een onveilige situatie. Wanneer de banden namelijk goed teruggestoken worden, verschuiven de banden niet meer door de gesp. Het feit dat de gespen bij de kliminstructie op 1 april 2006 volledig zijn losgeschoten kan naar haar oordeel alleen doordat geen van de banden was teruggestoken.
Dit in overweging genomen, is er geen grond om aan te nemen dat de gordel ondeugdelijk was.Verdachte moet daarom van het tenlastegelegde feit worden vrijgesproken.
 De kliminstructeur is overigens wel veroordeeld: De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, in dier voege dat: hij op 1 april 2006 te Edam, gemeente Edam-Volendam aanmerkelijk onvoorzichtig en nalatig,
- tijdens en voorafgaand aan het laten klimmen van [slachtoffer] op een klimwand bij de Stichting Welzijn Edam en het geven van een kliminstructie (terwijl hij, verdachte, kliminstructeur is, en een zogenaamde “Adventure Instructeur Certificaat” bezit) ,- [slachtoffer] ondeugdelijk en onjuist een (klim)gordel heeft omgedaan en/of bevestigd, en onvoldoende heeft gecontroleerd of de (klim)gordel juist en deugdelijk was omgedaan en bevestigd bij [slachtoffer], door na te laten de band(en) (van bovengenoemde (klim)gordel) terug te slaan en/of terug te steken door de gesp(en) van die (klim)gordel, en door na te laten te controleren en toe te zien dat die [slachtoffer] de band(en) van die klimgordel had teruggeslagen en/of teruggestoken door de gesp(en) en [slachtoffer] heeft laten klimmen met die ondeugdelijke bevestigde (klim)gordel, waardoor tijdens de afdaling van die klimwand door die [slachtoffer] een of meer banden van die klimgordel uit de gesp(en) zijn gegleden, en die [slachtoffer] (vervolgens) van een hoogte van meerdere meters op de trap en grond is gevallen,
waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een oogkasfractuur en een schaafwond op de rechterwang en meerdere gebroken middenvoetsbeentjes van de rechtervoet en een scheurtje aan het rechteroor en kneuzingen van meerdere ribben, heeft bekomen.

De advocate: Mr. E.P. Vroegh 

Vrijspraak voor het vernielen van auto’s

Feiten:

In deze zaak werd cliënt verweten dat hij in een periode van vier maandenopzettelijk een zevental auto’s had beschadigd in de straat in Haarlem waar hij ook woonachtig is. Hij zou de hem verweten vernielingen hebben gepleegd door het gooien van glaswerk (potjes of flessen) vanuit zijn woning naar de straat.In de tenlastelegging heeft de Officier van Justitie cliënt verweten dat hij bij eenzevental incidenten een zevental in de tenlastelegging genoemde auto’s heeftbeschadigd behorende aan een zevental eigenaren. Betrokken cliënt die volgens de politie geestelijk niet volwaardig was en volgens een ter zitting door de verdediging ingebracht rapport inderdaad een zeer laag IQ heeft, had in de verhoren bij de politie bekend een groot aantal keren flessen uit het raam te hebben gegooid, met name wanneer hij zich gefrustreerd voelde door het gedrag van zijn broer die plotsklaps bij hem en zijn andere broer in huis was komen wat de nodige spanningen gaf. Hij gaf toe tientallen flessen uit het raam van de woning te hebben gegooid. Uit het dossier viel echter op te maken dat er meerdere mensen in de betreffendestraat actief waren. Niet alleen was er kennelijk glas gegooid uit deeensgezinswoning van cliënt maar ook uit een aan de andere kant van de straatgelegen hoogbouwflat. Volgens diverse getuigen en zelfs uit een verklaring van de politie was gebleken dat er ook van af de hoge flat, 5e of 6e verdieping, meermalen zaken naar beneden werden gegooid of leken te worden gegooid. Een aantal auto’s stond verder van de woning van cliënt verwijderd en het was ook de vraag of hij dus met het gooien van de flessen deze auto’s wel had kunnen bereiken.

Oordeel rechtbank:

Alle verweten incidenten nalopend bleek uiteindelijk dat de Officier van Justitiealle feiten bewezen achtte en dat de verdediging meende dat geen van detenlastegelegde feiten met zekerheid aan cliënt viel toe te rekenen om redenen zoals hierboven genoemd.De politierechter concludeerde tot vrijspraak omdat gelet op deze wijze van tenlastegeleggen niet bewezen was dat cliënt degene was die in deze zeven gevallen die betreffende flessen gooide.

Ook de politierechter stelde vast dat er meerdere aanwijzingen waren dat ook andere personen van de hoogbouwflat flessen gegooid hadden, derhalve vrijspraak.

Geen straf voor stekende kapper.

Feiten: 

Tijdens de rechtszaak verklaarde de kapper dat hij het slachtoffer wilde slaan, maar dat hij door de spanning niet in de gaten had dat hij zijn schaar nog in zijn handen had.Het slachtoffer was begonnen met ruziemaken. Hij had al vaker stennis veroorzaakt in de kapsalon en begon op de dag van de steekpartij herrie te schoppen over zijn bril, waarvan hij meende dat die in de zaak lag. Vervolgens viel hij de kapper aan met de stang van een droogkap. De rechtbank geloofde dat, maar vond wel dat hij “te ver” was gegaan door met een scherp voorwerp terug te slaan, waardoor het slachtoffer ernstig gewond raakte.
Volgens justitie had de kapper juist als geen ander moeten weten wat er gebeurt als je iemand te lijf gaat met een schaar in je hand. 
Opvallend is dat het de tweede keer is dat de kapper geen straf krijgt voor het steken met een schaar. In 2000 overleed een klant nadat hij door de kapper was neergestoken.
De rechtbank bepaalde toen dat de kapper niets te verwijten viel omdat het slachtoffer hem met een vuurwapen had bedreigd.

Oordeel rechtbank: 

De rechtbank bepaalde dat verdachte wel schuldig is aan poging tot doodslag, maar ontsloeg hem van rechtsvervolging, omdat hij zichzelf verdedigde en in paniek was. De officier van justitie  had vier jaar gevangenisstraf geëist.