Zaken geëindigd zonder straf of maatregel? Mail de redactie!

Vrijspraak door onrechtmatige doorzoeking

Feiten: 

Tijdens een doorzoeking zijn in de woning van verdachte harddrugs en munitie gevonden.  De officier van justitie eist veroordeling van verdachte in verband met het bezit van de in beslaggenomen goederen.  

Standpunt verdediging: 

De verdediging stelt vraagtekens bij de rechtmatigheid van de doorzoeking van de woning nu uit het dossier niet blijkt dat er voldaan is aan de wettelijke vereisten  voor het doorzoeken van woningen als geregeld in artikel 97 SV.  Dat artikel bepaalt immers dat (buiten spoed gevallen) de komst van de rechter- (commissaris) moet worden afgewacht en dat de doorzoeking onder zijn leiding en toezicht dient plaats te vinden. Een en ander  ter waarborging van de (privacy-) rechten van een  verdachte en het toezien op een zorgvuldige werkwijze.Als de komst van de rechter-commissaris op zich laat wachten dient de politie de plaats te “bevriezen” en vervolgens de komst van de onderzoeksrechter af te wachten. 

Oordeel Rechtbank: 

De rechtbank stelt op basis van het dossier het volgende vast:

1.     Op 24 januari om 14.10 uur is de politie de woning van verdachte binnengetreden op grond van een machtiging afgegeven door een (hulp) officier van justitie,

2.     Uit niets blijkt dat was voldaan aan de eisen verbonden aan een machtiging afgegeven door de rechter-commissaris op basis van artikel 97 SV,

3.     Uit het dossier blijkt verder dat op 15.40 uur de rechter-commissaris de woning heeft betreden en dat hij deze (slechts 5 minuten later !) weer op 15.45 uur heeft verlaten.

4.     In het verslag van de doorzoeking staat verder vermeld dat de doorzoeking “in het bijzijn van de rechter-commissaris” heeft plaatsgevonden. 

Afgaande op deze feiten overweegt de rechtbank het volgende:

Op grond van het voorgaande kan niet worden uitgesloten dat de verdovende middelen en de munitie zijn aangetroffen in het stadium van (zoekend) rondkijken na binnentreden om 14.10 uur.Verder overweegt de rechtbank dat uit niets blijkt dat de politie, toen zij om 14.10 uur de woning betraden , de situatie hebben bevroren om vervolgens de komst van de onderzoeksrechter af te wachten.  Alles wijst erop dat de politie volledig op eigen houtje de woning doorzocht heeft. 

Conclusie: 

De rechtbank heeft, bij de gang van zaken omtrent de doorzoeking,  zodanige twijfels omtrent de rechtmatigheid dat dit een onherstelbaar verzuim oplevert.Het oordeel van de rechtbank is vervolgens dat het bewijsmateriaal verkregen tijdens de onrechtmatige doorzoeking uitgesloten dient te worden. 

Vrijspraak.

Advocate:  Mr S.M.E. van Fraaijenhove te Breda. 

Email: fraaijenhove@lexionadvocaten.nl 

Vrijspraak voor oorlogsmisdrijven en wapenhandel na eis 20 jr.

Feiten: 

De verdachte worden twee misdrijven verweten. Enerzijds gaat het om het medeplegen van illegale leveranties van wapens aan het regime van Charles Taylor in Liberia in de perioden in 2001 t/m 2003 .Anderzijds gaat het om de deelneming aan door Liberiaanse troepen en/of milities in de jaren 2000 t/m 2002 gedurende gewapende conflicten in Guinee en Liberia gepleegde oorlogsmisdrijven. Deze feiten worden de verdachte ook verweten in de vorm van de ‘meerdere’ die onder de gegeven omstandigheden strafrechtelijk verantwoordelijk moet worden gehouden voor misdragingen van zijn ondergeschikten. De invoer van wapens zou hebben plaatsgevonden via de haven van Buchanan en wel met de Antarctic Mariner, een schip dat toebehoorde aan Oriental Timber Corporation (OTC). De verdachte, die eigenaar was van het houtkapbedrijf Royal Timber Corporation (RTC), was ook bij OTC betrokken. OTC verwierf het bedoelde schip in maart 2000; het schip voerde, onder Panamese vlag, de naam Antarctic Mariner vanaf 8 mei van dat jaar.

Bij de verwijten van oorlogsmisdrijven beschuldigt het openbaar ministerie de verdachte er van medeverantwoordelijk te zijn voor  misdrijven als plundering, verkrachting of willekeurige levensberoving van burgers. Dat tijdens het conflict in Liberia de concreet verweten oorlogsmisdrijven zijn gepleegd zou aan de verklaringen van in het onderzoek gehoorde getuigen kunnen worden ontleend. De verdachte zou volgens de tenlastelegging voor die misdrijven mede-aansprakelijk zijn omdat hij middelen ter beschikking heeft gesteld, opdrachten daartoe heeft gegeven dan wel die misdrijven anderszins door concreet handelen heeft uitgelokt, medegepleegd of bevorderd. Daarnaast zou hij opzettelijk hebben toegelaten dat aan hem ondergeschikten dergelijke feiten hebben begaan. 

Eis van het openbaar ministerie: 

Voor illegale wapentransporten en oorlogsmisdrijven eist het OM een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren en een boete.   

Oordeel van het Hof: 

Het enige rechtstreekse bewijs van wapentransporten én oorlogsmisdrijven bestaat uit de verklaringen van een aantal getuigen over dergelijke misdrijven en over de betrokkenheid van de verdachte daarbij. De betrouwbaarheid van die getuigenverklaringen heeft het hof echter onvoldoende kunnen vaststellen. Zo verklaren getuigen over feiten waarvan vaststaat dat die nooit hebben kunnen plaatsvinden en verklaren zij onderling tegenstrijdig. Sommige getuigen wisselen hun verklaring op belangrijke onderdelen en vele verklaringen zijn anderszins niet erg geloofwaardig. Wat aan bewijs resteert is veel te mager om een bewezenverklaring van de ernstige misdrijven op te kunnen baseren. Het hof heeft al met al zoveel twijfels bij het door het openbaar ministerie gepresenteerde bewijsmateriaal dat een veroordeling naar zijn oordeel op ‘drijfzand’ zou berusten.

Het hof spreekt in zijn arrest nog zijn zorg uit over de weinig kritische wijze waarop het onderzoek door de Nationale Recherche onder de leiding van het openbaar ministerie heeft plaatsgevonden. De getuigenverklaringen zijn in vrijwel geen enkel opzicht aan de feitelijke situatie getoetst, ook niet toen de verdediging op tal van onjuistheden en tegenstrijdigheden wees. Bovendien is alle ontlastende informatie die de verdediging inbracht, vergaand genegeerd. Het hof is van oordeel dat aldus aan de waarheidsvinding ernstig tekort is gedaan.

Vrijspraak.