Zaken geëindigd zonder straf of maatregel? Mail de redactie!

Geen straf voor ontucht met stiefdochter

Feiten: 

Verdachte werd ervan verdacht dat hij in de periode september 1990- september 1992 ontuchtige handelingen heeft gepleegd met zijn stiefdochter.

Oordeel rechtbank

De rechtbank in Haarlem veroordeelde de verdachte op 11 september 2007 tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. In de bewijsoverweging overwoog de rechtbank dat        - hoewel er feitelijk geen sprake was van een huwelijk tussen de moeder van aangeefster en de verdachte in de tenlastegelegde periode- er toch gesproken kon worden van ontuchtige handelingen met een stiefkind, mede gelet op het feit dat tegenwoordig steeds meer mensen samenwonen zonder daarbij te kiezen voor een huwelijk; voor minderjarige kinderen van dergelijke gezinnen maakt een formeel huwelijk voor de feitelijke verhoudingen geen verschil en daarom behoeven deze kinderen voor het oordeel van de rechtbank een gelijkwaardige bescherming als formele stiefkinderen.

Oordeel gerechtshof 

Uit een arrest van de Hoge Raad d.d. 7 januari 1997, NJ 1997, 361 blijkt dat ontucht met een stiefkind een huwelijk veronderstelt. Uit het dossier en de verklaringen van de verdachte ter terechtzitting is gebleken dat de moeder van aangeefster en de verdachte pas zijn getrouwd nadat die mogelijke handelingen hebben plaatsgevonden en aangeefster ten tijde van de mogelijke handelingen dus geen stiefkind was van de verdachte. Nu de tenlastegelegde feiten in de onderhavige strafzaak hebben plaatsgevonden vóór het huwelijk tussen de moeder van het slachtoffer en de verdachte is er naar het oordeel van het hof niet aan een essentieel onderdeel van het ten laste gelegde misdrijf voldaan, zodat verdachte moet worden vrijgesproken.

Beslissing

Het Hof spreekt de verdachte vrij.

Advocaat: Bob Tijkotte te Haarlem

meslandvroegh

Vrijspraak voor aanranding.

Feiten: 

B gaat rond oudejaarsavond 2007 stappen in een discotheek in Beverwijk. Aldaar wordt hij op enig moment in elkaar geslagen met een barkruk (door ene E.) , dusdanig dat hij het bewustzijn verliest en wordt afgevoerd per ambulance. Als B (een jongen van Marokkaanse komaf)  enige dagen later aangifte gaat doen van mishandeling wordt hij zelf aangehouden op verdenking van aanranding en bedreiging.  De rechtbank Haarlem twijfelt aan de rol van B.  De rechtbank overweegt dat B was aangehouden en in verzekering gesteld ter confrontatie, welke confrontatie niet heeft plaatsgevonden. Het signalement dat aangeefster geeft is: “een lange jongen van Marokkaanse komaf”. Haar vriendin geeft aan dat de jongen met de hoofdwond “hem wel moest zijn”. Ook de vriend van aangeefster (E.) , degene die B heeft mishandeld , stelt:  “toen ik die jongen bij mijn vriendin zag wist ik het meteen, hij heeft het gedaan”.  De aanranding zou hebben bestaan uit het van achteren vastpakken van de borsten van aangeefster. Vreemd genoeg heeft niemand dat zien gebeuren, behalve aangeefster zelf. Er werd 160 uur dienstverlening geëist.  

Oordeel rechtbank:  Vrijspraak. 

 Eveneens op 28 februari 2008 stond E. terecht voor het mishandelen van B. Vreemd genoeg werd daar slechts 100 uur geëist, en uiteindelijk 60 uur opgelegd. Dit omdat B door zijn gedrag de mishandeling zelf zou hebben uitgelokt. Een onbegrijpelijk oordeel nu B. immers diezelfde ochtend door dezelfde rechtbank was vrijgesproken. (Klassenjustitie ?  E. was een jongen van Nederlandse komaf en B. van Marokkaanse.) 

Advocaat: Mr Richard A. Korver te Amsterdam.  

 

Vrijspraak voor gedwongen prostitutie.

Feiten: 

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegd woonachtig was in een woning te Maastricht.
Eind 2005 heeft Annelies, een bekende van verdachte besloten zich als prostituee aan te gaan bieden en heeft zij gevraagd of zij vanuit zijn woning mocht werken. Verdachte heeft dit goed gevonden. Annelies vroeg ongeveer € 100,- per klant. Het geld dat zij van de klant kreeg gaf zij in bewaring aan verdachte, die het naderhand aan haar terug gaf. Soms werkte zij ook op escort-basis.  Verdachte bracht haar dan met zijn auto naar de betreffende klant. Voor het rijden kreeg verdachte  € 30,-.
En wekelijks € 25,- voor het plaatsen van advertenties.Medio 2006 is Jannet uit Parijs gekomen en bij verdachte en Annelies  ingetrokken. Ook Jannet werkte als prostituee en ook zij ontving haar klanten in de woning van verdachte, alsmede op escort-basis.  Jannet ontving per klant ongeveer € 35,-. Zij heeft ter zitting verklaard dat zij dit geld, net als Annelies, in bewaring gaf en dat zij dit later terug kreeg. Als verdachte haar met zijn auto naar een klant bracht ontving hij hiervoor van een vergoeding van € 15,-. Gedurende de periode dat Jannet bij verdachte woonde is zij enkele malen voor enige tijd naar Parijs teruggekeerd. Verdachte heeft verklaard dat zij allemaal gezamenlijk boodschappen deden en dat Annelies en Jannet hiervoor soms geld gaven of dat zij soms de boodschappen geheel of gedeeltelijk zelf betaalden. Verdachte ontkent verder ooit geld van de dames gekregen te hebben.

Officier van justitie:

Eist tegen verdachte 10 maanden  gevangenisstraf wegens gedwongen prostitutie.   

Oordeel rechtbank:  Niet, althans onvoldoende is gebleken dat verdachte(n) enig voordeel hebben verkregen. De dames hebben weliswaar geld aan verdachte gegeven, maar dit betrof oftewel geld dat later is teruggegeven, oftewel geld dat als vergoeding voor het plaatsen van een advertentie of vervoer werd betaald. Niet is gebleken dat de hoogte van de vergoeding niet in verhouding zou hebben gestaan met de geleverde dienst. Tevens is voor een veroordeling vereist dat verdachten de dames hebben uitgebuit en dat verdachten ook het opzet hadden om  uit te buiten.  Ook hiervan is niet, althans onvoldoende, gebleken. Immers Annelies is op eigen initiatief en verzoek als prostituee in de woning van verdachte gaan werken. Zij heeft verklaard geen problemen te hebben met wat zij deed. Annelies heeft weliswaar verklaard dat zij zich niet vrij voelde op elk moment met het werk te stoppen, maar dit strookt niet met haar eigen verklaring dat zij gedurende haar verblijf bij verdachte enige keren alleen naar Parijs is gereisd en teruggekomen. Bovendien heeft de vrouw in kwestie verklaard dat verdachte een keer erg boos is geworden toen zij haar spullen had ingepakt om naar Frankrijk terug te gaan en dat verdachte toen tegen haar heeft gezegd dat zij van tevoren moest zeggen, als ze weg wilde, zodat dit aan de klanten kenbaar gemaakt kon worden. Verder heeft zij verklaard dat zij bij verdachte thuis niet voor het eten noch de huur hoefde te betalen. DE BESLISSING:
De rechtbank verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte(n) zich met gedwongen prostitutie hebben beziggehouden. 

Vrijspraak.

Geen straf in verkrachtingszaak van minderjarigen

Standpunt Advocaat

In deze zaak worden een aantal jong minderjarige jongens verdacht van verkrachting van een jonge minderjarige.

De advocaat  heeft aangevoerd dat zijn cliënt  tijdens de  politieverhoren erg onder druk is gezet en dat hij hierdoor dingen heeft gezegd die hij niet heeft bedoeld te zeggen. Ook heeft de advocaat kanttekeningen geplaatst bij het proces-verbaal van verhoor van zijn cliënt .Uit de tekst van de verhoren komt volgens de advocaat naar voren dat hetgeen zijn cliënt verklaard heeft niet letterlijk is weergegeven en door hem onmogelijk gezegd kan zijn. Hij twijfelt dan ook aan de betrouwbaarheid van de weergave.Volzinnen en woorden die zijn jeugdige cliënt nooit gebruikt zijn terug te vinden in de processen-verbaal.Nu de verhoren in deze zaak door de agenten zijn opgenomen had de advocaat aan de rechtbank zijn stellingen nader kunnen toelichten en onderbouwen door deze te laten beluisteren.
De audio-opname van het  verhoor blijken echter zoekgeraakt te zijn.
Het verhoor kan dan ook door de rechters niet worden gecontroleerd.  De advocaat stelde zich op het standpunt dat de verhoren niet tot bewijs kunnen worden gebruikt.

Feiten: 

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat aangever bijna een jaar nadat het een en ander is voorgevallen nog steeds dagelijks werd geplaagd en uitgescholden en dat (bijna) het gehele dorp zich een oordeel heeft gevormd over hetgeen er zou zijn gebeurd. Ter zitting is duidelijk naar voren gekomen dat het verhaal als een lopend vuurtje is rondgegaan in het dorp en dat het lange tijd het gesprek van de dag is geweest. Dit maakt naar het oordeel van de rechtbank dat het reeds op voorhand een uiterst lastige opgave was voor verbalisanten om een helder en betrouwbaar beeld van hetgeen er in maart van het jaar 2006 precies is voorgevallen te reconstrueren. Het spreekt voor zich dat het door tijdsverloop en de veel rondvertelde verhalen moeilijk is aan te geven welke beleving van het gebeuren op eigen waarneming is gebaseerd en welke beleving tot stand is gekomen door horen en zeggen. Dit geldt te meer nu alle betrokkenen (verdachten/getuigen en slachtoffer) jong minderjarig zijn.

Oordeel Rechtbank: 

Het was juist in deze zaak van het grootste belang zorgvuldig te werk te gaan en nauwgezet de op het gebied van zedenzaken geldende richtlijnen,  die bijdragen aan een zorgvuldige wijze van totstandkoming van het dossier, te volgen.
Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het in casu niet meer mogelijk is om tot een betrouwbare feitelijke grondslag voor een einduitspraak te komen. De rechtbank zal de officier van justitie derhalve niet ontvankelijk verklaren in de vervolging. De rechtbank is zich bewust van het feit dat dit een zware sanctie is, maar gezien het feit dat het hier gaat om allemaal jong minderjarige verdachten, die van een zeer ernstig misdrijf worden verdacht hadden alle opgestelde waarborgen, zoals voorgeschreven in de Aanwijzing, in deze zaak in acht moeten worden genomen.