Zaken geëindigd zonder straf of maatregel? Mail de redactie!

Rechter van zaak af na “partijdige” opmerkingen

Feiten: 

Verdachte in strafzaak  stelt zich op het standpunt dat de betrokken rechter door herhaaldelijk op de zitting mee te delen dat hij de verklaring, die verdachte op de zitting had afgelegd, ongeloofwaardig achtte en hem vervolgens uit te nodigen tot het afleggen van een meer aannemelijke verklaring blijk heeft gegeven van vooringenomenheid jegens verdachte of op zijn minst de objectieve schijn heeft gewekt dat hij zich reeds een oordeel over die verklaring had gevormd, waardoor bij verdachte de vrees dat de politierechter jegens hem een vooringenomenheid koesterde objectief gerechtvaardigd is.
Verdachte vraagt om nieuwe rechter (wraking).    
 

Oordeel wrakingskamer:


 Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van art. 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. De rechtbank stelt voorop dat het een strafrechter vrijstaat om een verdachte te confronteren met bewijsmateriaal dat niet strookt met de verklaring van verdachte en dat de strafrechter zich daarbij mag bedienen van een scherpe en kritische vraagstelling.
In het onderhavige geval heeft de politierechter zich echter, zoals blijkt uit het proces-verbaal, niet van een confronterende en kritische ondervraging bediend, maar heeft hij verzoeker meegedeeld dat hij zijn verklaring niet geloofde en dat hij het jegens verzoeker fair vond om dit gevoelen uit te spreken en daarmee verzoeker uit te nodigen een meer aannemelijke verklaring af te leggen.
De rechtbank is van oordeel dat de opmerkingen van de politierechter zo dicht aanliggen tegen - eerst na het onderzoek ter terechtzitting te beantwoorden - schuldvraag, dat sprake is van een object gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid. Dit betekent dat, nu iedere schijn van partijdigheid of vooringenomenheid dient te worden vermeden. 
Verzoek tot wraking toegewezen, nieuwe rechter neemt zaak in behandeling.